Visie op zwemonderwijs

In zwembad de Waterlelie leiden wij de kinderen op via de EasySwim-methode. Dit is een heel bewuste keuze. Kinderen ontwikkelen met deze methode vanaf de start in het diepe water een watergevoel en de zelfredzaamheid van zichzelf is een belangrijk onderdeel in de eerste fase van de zwemlessen. Het zelfredzaam zijn van jonge kinderen is van groot belang in onze waterrijke omgeving.

De Easyswim-methode maakt gebruik van het Easyswim-pakje. Dit pakje stelt kinderen in staat om veilig in diep water te bewegen en ondersteunt bij de aan te leren zwemslagen. Tevens zorgt het ervoor dat de zwemtechnieken goed uit te voeren zijn tot het moment dat deze als vanzelf gaan. Vanaf dat moment is de extra ondersteuning niet meer nodig om veilig in het water te bewegen en mag het pakje definitief uit. Dat moment is per kind verschillend.

Voor jonge kinderen is bewegen belangrijk, zij kunnen moeilijk stilstaan.

Het hele lichaam is steeds in alerte staat en op ieder moment inzetbaar. We kunnen wel zeggen dat kinderen ondernemend, nieuwsgierig en ontdekkend zijn. Verbaal zijn ze nog niet toe aan ingewikkelde instructies van bijvoorbeeld de zwemslagen. Ook motorisch zijn er nog beperkingen in het uitvoeren van complexe bewegingspatronen die bij de zwemslagen vereist zijn. Een speelse en arbeidsintensieve benadering is vereist. Van stilstaan leer je niks en als je iets vaak doet, word je er vanzelf goed in. Voordoen is beter dan verbaal uitleggen omdat het waarnemen beter ontwikkeld is dan het bewust nadenken. Kopiëren van wat je ziet is makkelijker. Onze lesgevers doen dit in het water samen met de kinderen.

Watervrijheid en zelfredzaamheid ontwikkelen kan door wat het kind zelf aangeeft. Doordat kinderen met een EasySwim-pakje vanaf de eerste zwemles in diep water zwemmen, ontwikkelen zij het watergevoel. Het watergevoel dat onbewust ervoor zorgt dat je kunt voortbewegen op natuurlijke wijze en het besef dat je met weinig inspanning je kunt verplaatsen. Deze manier van leren zwemmen zorgt ervoor dat kinderen veel bewegen in de zwemles en gestimuleerd worden om dit steeds opnieuw te doen. Iedere zwemles heeft een reeks aan ervaringen die belangrijk zijn om uiteindelijk te komen tot een sterke zwemmer met het ZwemABC in bezit.

Kiezen voor een groepsles of privé les

Wij bieden twee groepen aan, te weten groepslessen en privélessen. Groepsles is in een groep met 9 kinderen. Zo kan de lesgever veilig en met aandacht de kinderen in het diepe water begeleiden. Privéles is met maximaal 4 kinderen. In deze groep krijgt je kind veel meer individueel aandacht. De les is hetzelfde als groepslessen.

Het ZwemABC staat voor zwemveiligheid, zwemvaardigheid en een leven lang zwemplezier

De zwemlessen bestaan uit vele korte oefenblokjes. Jonge kinderen kunnen zich nog niet lang concentreren. Afwisseling zorgt voor betrokkenheid bij de zwemles. Steeds iets doen wat je nog niet kan, daar wordt niemand vrolijk van. Afwisseling en voldoende uitdaging zorgen ervoor dat kinderen hun aandacht erbij houden.

De leerweg naar het A-diploma bestaat uit 5 blokken van gemiddeld 12-14 lessen van 45 minuten. Ieder blok eindigt met een beloning: een lintje. De lessen staan vanaf het begin in het teken van het gehele ZwemABC. Het lintje is een tussenstap, het behalen van het ZwemABC is het doel. In de zwemlessen bieden wij zoveel mogelijk oefenstof aan. Hierdoor worden kinderen snel watervrij, weten zij zich goed te redden in en om het water en worden barrières als in diep water en onder water zijn zoveel mogelijk weggenomen.
Het is heel belangrijk om vanaf het begin met alle oefenstof, afgestemd op de geoefendheid van het kind, bezig te zijn. Als je merkt dat iets lukt en je er goed in wordt, dan is het automatisch ook leuk. Succesbeleving is de grootste motivator die er is.

De vorderingen van je kind volg je in het Leerlingvolgsysteem (LVS)

Voor de stappen naar het A-diploma toe hebben wij een aantal meetpunten. Deze meetpunten staan vermeld in de scorelijst in het LVS. Staan alle meetpunten op voldoende? Dan krijg je een lintje. De ouder naait het lintje op het EasySwim-pakje of op de badkleding. Het kind plaatsen wij direct in het volgende niveau. In het LVS vind je de meetpunten voor dit niveau.

Voor de diploma’s A, B en C staan alle onderdelen vermeld waar kinderen aan moeten voldoen voordat zij mogen afzwemmen.

De eerste lessen = op weg naar het RODE lintje

Spelen, wennen, wennen en spelen en nog eens spelen! Wat is spelen toch belangrijk. Kinderen leren door te spelen. Een rijke leeromgeving met allerlei spelmateriaal, veel verschillende bewegingsvormen, onder water (leren) gaan, leren kijken onder water, durven uitblazen onder water en af en toe mag het pakje uit. Dit zijn de basiselementen die ervoor zorgen dat kinderen na een tijdje het rode lintje behalen.

Het rode lintje staat voor: watervrij zijn en jezelf zonder EasySwim-pakje uit diep water weten te redden.

De volgende reeks lessen = op weg naar het BLAUWE lintje

Spelen blijft heel belangrijk. Kinderen leren het beste via speelse opdrachten. Vanaf dit meetpunt oefenen zij voor de enkelvoudige rugslag, borst- en rugcrawl en zwemmen zij veel onder water. Wij leren bewust eerst de enkelvoudige rugslag aan, omdat kinderen dit langer volhouden. De ademhalingsweg (mond en neus) is vrij en de beweging is nog niet complex. Een goede sterke beenslag op de rug zorgt ervoor dat in de volgende fase sneller de schoolslag wordt aangeleerd. Het aanleren van de schoolslag stellen wij zo lang mogelijk uit.

Tijdens de les werken wij steeds vaker met stuurkaarten. De zwemleraar kan de aandacht goed verdelen en alle nieuwe vaardigheden met een klein aantal kinderen aanleren. Bovendien zorgen de stuurkaarten ervoor dat de hele groep continu aan het werk is. Kinderen staan niet stil. Bewegen is ervaren en ervaren is leren. Het EasySwim-pakje gaat regelmatig uit zodat de lesgever kan testen of kinderen klaar zijn voor het blauwe lintje.

En dan….de schoolslag aanleren = op weg naar het PAARSE lintje

Die moeilijke schoolslag gaan de kinderen nu leren. Kleine stukjes en steeds maar proberen. Niet te lang zwemmen want de benen en de armen doen eigenlijk net iets anders en zeker niet tegelijk. De schoolslag is een grote uitdaging voor de motorische vaardigheid van jonge kinderen. Naast de schoolslag oefenen kinderen nog steeds met de enkelvoudige rugslag, leren zij beter crawlen op borst en rug en zwemmen zij onder water door het gat. Ook leren zij watertrappelen en drijven op buik en rug. Het is een drukke boel op weg naar het paarse lintje. Nog steeds staat alles in het teken van speels, kort en afwisselend. Werken in kleine groepjes en met stuurkaarten is vanzelfsprekend geworden. Net als werken met leuke materialen. De kinderen kunnen al veel zelf! De arbeid in deze fase van de zwemlessen ligt heel hoog. Wij vergeten niet dat spelen ook in deze fase heel belangrijk is. Het pakje gaat steeds vaker uit, soms zijn er drijvers uitgehaald. Als het EasySwim-pakje helemaal uit mag blijven, hoort de lesouder dit persoonlijk van de lesgever. Dit moment is per kind verschillend.

Alle zwemslagen zijn klaar = op weg naar het ORANJE lintje

Na het behalen van het paarse lintje gaat het pakje heel snel definitief uit. De lesgever geeft dit persoonlijk door aan de lesouders. Kinderen beheersen alle zwemslagen in basis over een korte afstand. Nu gaan zij werken aan langere stukken, waarbij de zwemtechniek belangrijk is. Liever 6 keer een stuk van 4 meter, dan een lange baan van 25 meter. Die langere afstand komt wel. Er komen steeds meer elementen bij die kinderen moeten beheersen. Het gat ligt nog wat verder weg en de eindfase komt in zicht. Iedere eerste les van de maand zwemmen kinderen met kleding. Weer een nieuwe ervaring! De trots bij de kinderen groeit per les omdat zij al zoveel in het water kunnen. De stuurkaarten zijn niet meer weg te denken uit de zwemles en alle kinderen weten wat deze kaarten inhouden. Wat heerlijk dat alle kinderen zo intensief bezig zijn met leren zwemmen.

De laatste loodjes = op weg naar het A-diploma (zwart lintje)

Langere afstanden, conditietraining, diverse opdrachten achter elkaar. Kinderen worden zelfstandige zwemmers. Het accent ligt op trainen met afwisselend een speelse vorm tussendoor. Ieder kind ervaart in deze fase dat niet alles nog gaat zoals hij of zij het wil. Toch leggen wij niet de nadruk op wat nog niet lukt, maar juist op wat wel al heel goed gaat. Dat geeft hen zelfvertrouwen en dat is belangrijk. Zo komt vanzelf het moment dat ook het moeilijke onderdeel ineens goed gaat. Gaan alle onderdelen van het A-diploma goed? Dan krijgen de kinderen een zwart lintje en een afzwemkaart!

Het A-diploma behaald….nu op weg naar het B-diploma

De lessen voor diploma B zijn een vervolg op de lessen voor A met een groot verschil: kinderen kunnen al zwemmen. Voor B moet alles één keer zo lang en ver! Ook komen er survivaloefeningen bij. Naast het leren van de nieuwe vaardigheden en de ontdekking dat het onderwater zwemmen naar het B-gat best wel mee valt, krijgt het kind nog steeds les met diverse materialen en speelse oefeningen. Kinderen hebben gemiddeld 12-15 klokuren nodig om tot het B-diploma te komen. Dit staat gelijk aan 16-20 lessen van 45 minuten.

B-diploma op zak … op naar het C-diploma

A en B stond vooral in het teken van leren zwemmen en vaardigheden verbeteren. Bij de lessen voor het C-diploma gaan kinderen toepassen wat zij al kunnen en alle vaardigheden nog verder verbeteren. De opdrachten zijn best complex, soms zitten er wel 4 of 5 verschillende oefeningen in een onderdeel. Maar wat fijn dat het kind ook dit onder de knie krijgt. Zwemmen kunnen de kinderen wel, er wordt alleen meer gevraagd in afstand en uitvoering. Als alle vaardigheden voldoende worden beheerst, mag het kind voor C afzwemmen. Na het behalen van het C-diploma zijn kinderen zwemveilig en zwemvaardig. Kinderen hebben gemiddeld 15 klokuren nodig om het C-diploma te behalen. Dit staat gelijk aan ongeveer 20 lessen van 45 minuten.

Het complete Zwem-ABC is een paspoort voor een leven lang zwemplezier

Kinderen die in bezit zijn van het ABC-diploma moeten zich uitstekend kunnen redden in grote zwembaden met stroomversnellingen en in open water, behalve de zee.